Vereniging - historiek

Update van 21 oktober 2015 door Bert Demunter, voormalig voorzitter van De Alsembloem

De Koninklijke Toneelvereniging De Alsembloem bestaat dit jaar 125 jaar. Zij werd inderdaad gesticht op 2 maart 1890 met als leuze “Bitter in de mond, maakt het hart gezond” en “tot verstandelijke en zedelijke ontwikkeling van het volk”, zoals wordt vermeld in het eerste artikel van de oprichtingsakte. Het was Dr. Jan Bols, toenmalig pastoor in Alsemberg en lid van de Academie voor Taal- en Letterkunde die deze benaming voorstelde. De spreuk werd sindsdien alle eer aangedaan, want de vereniging gaat met haar 116 jarig bestaan gezond en wel haar derde eeuw in.

Van de eerste opvoeringen is niet veel te achterhalen. Het eerste stuk dat we vermeld vinden in de notulen is “Het Geheim van de moordenaar” in 1902.

In 1904 wordt de toneelvereniging ook zangkring en wordt de officiële benaming “Toneel- en Zangkring De Alsembloem”.
Al van in het begin was er een nauwe samenwerking met de fanfare “Lauriër Chêne” (de huidige Alsembergse Brassband). In de beginperiode bestond een toneelavond trouwens uit een gevarieerd programma: “Verschillende zangnummers met de Fanfare als inleiding, een drama in verschillende bedrijven en twee korte blijspelen”.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er niet opgetreden. Ook de viering van het vijfentwintigjarig bestaan moest aldus worden uitgesteld.  Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moest ook de viering van het vijftigjarig bestaan worden uitgesteld tot 1946. Tijdens deze oorlog werd er echter, vaak samen met de fanfare, wél voortgewerkt en opgetreden, vooral ten voordele van “Winterhulp”.

In 1953 werd het predikaat “Koninklijk” toegekend. Vanaf dan werd er regelmatig deelgenomen aan de Provinciale Toneeltornooien. Op één uitzondering na werd er minstens steeds geëindigd in “Eerste afdeling” en werd viermaal “Uitmuntendheid” behaald.

Het succes van deze periode was en is te danken aan een combinatie van een degelijke structuur waarin oudere en ervaren bestuursleden, regisseurs, acteurs en andere medewerkers werden aangevuld met en afgewisseld door een ploeg enthousiaste jongeren.
Intussen werd KT De Alsembloem ook tweemaal geselecteerd voor het Tornooi van het Koninklijk Landjuweel. Met “Pygmalion” van Bernard Shaw werd in het Tornooi te Sint-Truiden (1977-1978) de derde plaats behaald. Twee jaar later werd dit Tornooi ingericht in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel “als hulde aan Herman Teirlinck en n.a.v. van duizend jaar Brussel”. De Alsembloem behaalde er, midden de top van de toneelverenigingen uit heel Vlaanderen, een eervolle vierde plaats met “Een appeltje voor de dorst”.

In 1983 mocht onze vereniging het cultureel centrum de Meent openen met “De getemde feeks” van William Shakespeare.

De weerklank van het Koninklijk Landjuweel indachtig en mede ter herdenking van de oprichter ervan, de Beerselaar Herman Teirlinck, richtte K.T. De Alsembloem t.g.v. het honderdjarig bestaan in 1988-1989, in samenwerking met het Gemeentebestuur van Beersel en CC de Meent, zelf het 54° Koninklijk Landjuweeltornooi in. Het feestjaar 1990 werd, in samenwerking met de Academie Orfeus en de eveneens jarige Koninklijke Brassband, afgesloten met de  “De Meesterknecht” (naar “De knecht van twee meesters” van Carlo Goldoni). Omwille van de culturele verdiensten en de uitstraling buiten de gemeente ontving De Alsembloem in 1990 de Herman Teirlinckprijs van de gemeente Beersel.

Voorlopend op de bepalingen in het decreet op de Amateurkunsten heeft De Alsembloem, behoudens haar culturele opdracht, zich ook steeds ingezet op sociaal vlak. De steun aan Winterhulp tijdens de Tweede Wereldoorlog, de medewerking aan de Kroningsfeesten, meerdere Mariastoeten en andere sociale activiteiten in Alsemberg zijn daar een voorbeeld van.

Zoals al bleek heeft De Alsembloem sinds haar ontstaan ook steeds opengestaan om samen met andere instanties en/of verenigingen producties en organisaties op te zetten. Deze trend werd ook de laatste jaren voortgezet. Behoudens de inrichting van het Koninklijk Landjuweeltornooi (1988-1989) i.s.m. met de gemeente Beersel en CC de Meent, de reeds genoemde gezamenlijke productie van "De Meesterknecht" (1990), werd er met de Cultuurraad van Beersel, de Academie Orfeus en/of de Alsembergse Brassband o.a. ook samengewerkt met "De brief van Don Juan" van L. Treves (Toneelfestival 1987), "Au Bouillon Beige" van Walter Vandenbroeck (1987), "Waar de sterre bleef stille staan" van Felix Timmermans (1988) en "Romeo en Julia" van William Shakepspeare (2000). In maart 2005 voerden wij i.s.m. het Onze-Lieve-Vrouwinstituut van Sint-Genesius-Rode “Mistero Buffo” op van Dario Fo en in november 2005 werkte Dansclub Pirouette mee aan onze productie “Een vlo in het oor” van Georges Feydeau.

In 2009 stond De Alsembloem mee aan de wieg bij de oprichting van het project “Toneel in Beersel”.  I.s.m. de K.T. Lustig en Vrij, K.T. Weredi, de Academie Orfeus, CC de Meent en de Cultuurraad van Beersel werden vijf prachtige voorstellingen gebracht van ‘Amadeus’ van Peter Shaffer. In 2013 was er een tweede ‘Toneel in Beersel’-project. De vorige partners, aangevuld met de toneelvereniging ‘Waaile van Dwoeurp’, brachten toen vijf eveneens heel gesmaakte voorstellingen van ‘Zaterdag, zondag, maandag’ van Eduardo de Filippo.

T.g.v. het 125-jarig bestaan brengt K.T. De Alsembloem op 13, 14 en 15 november 2015 terug, maar nu alleen, een productie met een grote bezetting, namelijk ‘De Nacht van 16 januari’ van Ayn Rand. Ditmaal misschien in samenwerking met … u? Wij hopen dat u ervan geniet en dat u onze gezel wil blijven op onze theaterreis naar 2040, naar ons 150 jaar!

K.T. De Alsembloem is aangesloten bij Opendoek vzw en is erkend door en lid van de Cultuurraad van Beersel.

©2016 • De Alsembloem • Laatste update van deze pagina op 3-02-2016